Artikel 14 van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 regelt de berekening van de planschadevergoeding ter compensatie van de waardevermindering van een eigendom in gevolge de bestemmingswijziging ervan.
De berekening is verder gedetailleerd in het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024.
Op 19 december 2025 keurde de Vlaamse Regering het voorontwerp van wijzigingsbesluit goed waarmee men beoogt de berekeningswijze bij te sturen.
Gestandaardiseerde berekeningsmethode
De eigenaarswaarde voor en na de vaststelling van het bestemmingsplan (ruimtelijk uitvoeringsplan) dient nu berekend te worden aan de hand van vergelijkingspunten.
Dat lukt echter niet altijd bij gebreke van valabele vergelijkingspunten. De bestemmingswijziging treft bijvoorbeeld vaak onbebouwde percelen die niet of moeilijk ontwikkelbaar zijn, bv. omwille van hun ongunstige ligging of overstromingsgevoeligheid. Die percelen komen zelden op de markt, zodat er geen vergelijkingspunten voor bestaan. Verder gaat het soms om weinig voorkomende bestemmingen, zoals recreatie.
Het wijzigingsbesluit beoogt te werken met een gestandaardiseerde berekeningsmethode, die bestaat uit 4 stappen:
Verwevingstijdstip en tijdstip van initiële bestemming in rekening gebracht
Ander aandachtspunt bij het bepalen van de planschadevergoeding is dat in de huidige regeling slechts zeer uitzonderlijk rekening wordt gehouden met (1) het tijdstip waarop de huidige eigenaar de eigendom verworven heeft en (2) het tijdsverloop sinds de vaststelling van de laatste bestemming van de eigendom.
Deze twee elementen worden nu wel aan de berekeningswijze toegevoegd.
Dit heeft tot gevolg dat een eigenaar in de eerste 7 jaar na verwerving quasi volledig vergoed wordt voor de waardevermindering van zijn eigendom. Nadien daalt de vergoeding tot een minimum van 70%, dit in het geval dat de verwerving van de eigendom en de vaststelling van de bestemming beide dateren van meer dan 25 jaar geleden.
Het voorontwerp van wijzigingsbesluit zal nu voor advies worden voorgelegd aan de SARO en aan de Raad van State.
Bij vragen: els.desair@corbus.be en Cynthia.dilles@corbus.be