actualités

Het belang van het precontractueel informatiedocument (“PID”)

01
03
‘24

Artikel X.27 van het Wetboek Economisch Recht (hierna: “WER”) legt in het kader van een commerciële samenwerkingsovereenkomst een tweeledige precontractuele informatieverplichting op aan de rechtsverlener ten voordele van de rechtsverkrijger. Deze precontractuele informatieverplichting bestaat uit het precontractueel informatiedocument, met alle voorgeschreven vermeldingen, en het ontwerp van de commerciële samenwerkingsovereenkomst.

Een voorbeeld van een dergelijke commerciële samenwerkingsovereenkomst is een franchiseovereenkomst, maar het toepassingsgebied van artikel X.27 WER gaat verder.

Het PID moet samen met het ontwerp van commerciële samenwerkingsovereenkomst minstens één maand voor het sluiten van de overeenkomst ter beschikking gesteld worden van de rechtsverkrijger. Deze periode geldt als de “bedenktijd” van de rechtsverkrijger.

Het belang van deze informatieverplichtingen en timing kan nauwelijks overschat worden, gezien de strenge nietigheidssanctie die kan worden toegepast op de gehele commerciële samenwerkingsovereenkomst bij gebrek aan naleving ervan. Zo oordeelde het Hof van Cassatie met een arrest van 2 juni 2023 dat de gevolgen van de nietigheidssanctie van de commerciële samenwerkingsovereenkomst zich niet beperken tot een loutere restitutieplicht maar bovendien aanleiding geven tot een bijkomende schadevergoeding die de franchisegever verschuldigd is aan de franchisenemer voor alle kosten die hij heeft gemaakt t.a.v. derden.

De inhoud van het PID en de aankomende wetswijzing hieromtrent

De inhoud van het PID maakte het voorwerp uit van een wetswijziging die op 8 februari 2024 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers is aangenomen.

De reden voor deze wetswijziging is dat het PID in de praktijk gedeeltelijk aan zijn doel voorbijging. Wat bedoeld was als een beknopt en duidelijk overzicht van de essentiële inhoud van de commerciële samenwerkingsovereenkomst om de rechtsverkrijger attent te maken op de belangrijkste bepalingen, verwerd in de praktijk tot een quasi letterlijke overname van bijna alle bepalingen van de commerciële samenwerkingsovereenkomst.

Daarom werd artikel X.28, §1 WER, dat de inhoud van het PID voorschrijft, grondig onder de loep genomen: enerzijds werd een aantal bepalingen geschrapt, anderzijds werd een aantal bepalingen toegevoegd.

Rekening houdend met de nakende wijzigingen aan artikel X.28, §1 WER moet het PID nu de volgende nieuwe vermeldingen bevatten, voor zover deze zijn voorzien in de commerciële samenwerkingsovereenkomst. We lijsten hieronder de wijzigingen op:

  • de duur van de commerciële samenwerkingsovereenkomst en de voorwaarden voor de hernieuwing en de opzegging alsook de financiële gevolgen ervan, in het bijzonder wat de lasten en de investeringen betreft;

De verplichting tot vermelding van de duur en de voorwaarden van hernieuwing gold reeds onder het bestaande recht. Hieraan voegt de wetgever nu nog de “voorwaarden voor de opzegging” en “de financiële gevolgen ervan” toe.

  • “de kosten bij opstart of wederkerende kosten zoals de marketing, informatica, transport, opleiding ten laste van de persoon die het recht verkrijgt en de voorwaarden tot wijziging hiervan;”

Deze bepaling is nieuw. De wetgever wijst hier terecht expliciet op de kosten m.b.t. marketing, informatica, transport en opleiding die voorheen zelden expliciet in het PID werden vermeld, maar in de praktijk vaak zeer hoog kunnen oplopen.

  • “de concurrentiebedingen, hun duur, de voorwaarden en de gevolgen van het niet behalen ervan;”

Deze bepaling blijft grotendeels ongewijzigd. De wetgever voegde hier enkel nog “de gevolgen van het niet behalen” van de voorwaarden van concurrentiebedingen aan toe.

  • “de verplichtingen inzake het hanteren van maximumprijzen;”

Deze bepaling is nieuw en moet de rechtsverkrijger informeren over zijn recht om zelf prijzen te bepalen en in welke mate dat recht kan worden ingeperkt door de rechtsverlener.

  • “de verplichtingen inzake minimumomzet en minimumafname en de gevolgen van het niet behalen ervan;”

Deze bepaling is nieuw. De verplichtingen om een bepaalde minimumomzet of minimumafname te behalen kan een grote impact hebben op de uitbating van een onderneming. Het niet-behalen ervan kan belangrijke gevolgen hebben, zoals het recht tot ontbinding van de commerciële samenwerkingsovereenkomst.

  • de beperkingen op het gebruik van de intellectuele eigendomsrechten;”

In tegenstelling tot de huidige verplichte vermelding die “de intellectuele eigendomsrechten waarvan het gebruik wordt toegestaan” voorschrijft, voorziet de nieuwe wet net in de vermelding van de beperkingen hierop. Dit betreft onder meer:

  • de beperkingen in het kader van de licentie op de intellectuele rechten;
  • de beperkingen m.b.t. het gebruik van intellectuele rechten in een online context (zoals op het internet en sociale media);
  • de beperkingen van de mogelijkheid tot het voeren van reclame en promotie met de intellectuele rechten.
  • “de beperkingen op de toegang tot en de gebruiksrechten van cliënteeldata tijdens en na de overeenkomst van de persoon die het recht verkrijgt;”

Deze bepaling is nieuw. De bedoeling van deze bepaling is niet om alle rechten en verplichtingen m.b.t. de GDPR op te sommen in het PID. Wel moet duidelijk worden aangegeven of de rechtsverkrijger de cliënteeldata zelf mag gebruiken en verwerken en of deze inzicht krijgt in het consumptiegedrag van zijn cliënteel (om bvb. zelf promotionele campagnes te voeren en zijn winkel en assortiment aan te passen aan het cliënteel).

  • “de beperkingen inzake online verkoop en online promotie;”

Deze bepaling is nieuw. Online verkoop maakt een essentieel verkoopkanaal uit in het kader van alle commerciële samenwerkingsovereenkomsten. De rechtsverkrijger moet dan ook op de hoogte worden gesteld van eventuele beperkingen hierop.

  • “de bedingen betreffende de relatie en de afhankelijkheid tussen de commerciële samenwerkingsovereenkomst en de huurovereenkomst of elke andere overeenkomst betreffende de exploitatievestiging;”

Deze bepaling is nieuw. Hierbij moet aangegeven worden wat de gevolgen zijn van de beëindiging van de commerciële samenwerkingsovereenkomst op de huurovereenkomst (of een andere soort overeenkomst m.b.t. de exploitatievestiging) en omgekeerd. Dit is immers voer voor heel wat discussies gebleken.

  • “de redenen voor de uitdrukkelijke ontbinding van de overeenkomst alsook de financiële gevolgen ervan, in het bijzonder wat de lasten en de investeringen betreft;”

Deze belangrijke bepaling werd grotendeels behouden, maar werd verduidelijkt door de toevoeging van de “financiële gevolgen van de beëindiging” (zoals bvb. een contractuele schadevergoeding).

  • “Het bevoegdheidsbeding, de rechtskeuze en de proceduretaal;”

Deze bepaling is nieuw. De partijen kunnen een buitenlandse rechtbank bevoegd verklaren of het recht van een ander land toepasselijk verklaren. Het toepasselijke recht kan echter een belangrijke financiële impact hebben op de contractuele rechten van de rechtsverkrijger, die hij mogelijks moeilijker of tegen een hogere kostprijs zal kunnen doen gelden.

Een aantal vermeldingen voorzien in artikel X.28, §1, 1° WER wordt onveranderd behouden (de letters a), d), e), f), g), h) en i)); enkele andere vermeldingen voorzien in artikel X.28, §1, 1° WER worden geschrapt. De meest ingrijpende wijziging is allicht de schrapping van het huidige artikel X.28, §1, 1°, b) en c) WER, resp. de verplichte vermelding van alle verbintenissen en de gevolgen van het niet behalen ervan.

Het niet bezorgen van het PID of het niet opnemen in het PID van de verplichte vermeldingen kan ernstige gevolgen hebben: de rechtsverkrijger kan, al naargelang het geval, de nietigheid van de commerciële samenwerkingsovereenkomst dan wel de nietigheid van de bepalingen van de commerciële samenwerkingsovereenkomst waarover niet correct geïnformeerd werd inroepen.

De rechtsverlener heeft dus alle belang bij een zorgvuldig opgesteld PID.

Voor het opstellen van een PID en voor meer informatie kan u terecht bij ons team gespecialiseerd in ondernemingsrecht.